VAKDID2:Week1-2

From Kilalapedia

Jump to: navigation, search

Contents

Rosan Huizenga

Agenda

  • Introductie model DA
  • Samenhang onderdelen
  • Systematiek
  • Gebruik


Introductie

Een apart klein vakje, van 1 ECT. Een theorie onderdeel, inclusief toets.

Eerste bijeenkomst gaat over het didactisch model. Tweede bijeenkomst gaat met name over leerlingen.

Vandaag behandelen we onderdelen van hoofstukken 2 en 7. Hoofdstuk 5 laten we over aan de zelfstudie.

Tentamen gaat ook over de BIT verslagen die je voor Vak Didactiek hebt gemaakt.

Het lesplanningsformulier uit de handout is niet alleen om de les te plannen. Na afloop is het ook heel erg handig bij de evaluatie en reflectie. "Waar zat't hem ook al weer in, dat het fout ging?"


Model "Didactische Analyse"

Hoort bij hoofdstuk 2 van het "Lesgeven ..." boek.

Het model is bedoeld om je te helpen een les te plannen. Aanvankelijk zal je het redelijk vaak gebruiken. Later wordt het routine. Het is bedoelt voor de "micro-situatie", de individuele les.


Vragen voor het DA model

  • Wat wil ik bereiken?
  • Waar moet ik beginnen?
  • Hoe ga ik het onderwijs geven?
  • Hoe ga ik de resultaten bepalen?

Natuurlijk heb je doelen op alle niveaus. Voor de hele school, voor het jaar, voor het semester, voor het hoofdstuk, en dus ook voor de les.


Typen doelen:

 * Algemene, vakoversteigende doelen
 * Vakgebonden doelen
 * Cognitieve doelen			\
 * Sociale / affectieve doelen	 	|---> Persoonlijkheids onderdelen (hoofd, hart en handen)
 * Motorische doelen			/

Een doel is pas een doel wanneer het onderdeel is van het leerproces in een les. Bij wiskunde zal je dus niet veel motoriek vinden, tenzij mensen moeilijk met hun handen werken, waardoor ze moeilijk met een passer kunnen werken. Maar het gewone passer-gebruik (als instrument) telt niet als motorisch werk. Pas wanneer het gebruik van een instrument een nieuwe, motorische vaardigheid nodig heeft kan je het als doel beschouwen.

Kernwoord: een doel vereist een leerproces


De beginsituatie slaat op een heleboel factoren

  • De leerlingen
  • De klas
  • De docent -> vereist zelf reflectie
  • De stof
  • De voorkennis
  • De omgeving, het moment, de leerling-gemeenschap
  • Enz...


Na het bepalen van de doelen en de beginsituatie ga je je onderwijs ontwerpen.

  • Leerstof
  • Werkvorm
  • Organisatie
  • Voorbereiding door leerlingen
  • Enz...


Na de les gegeven te hebben ga je de boel evalueren.

  • Ze hebben het werk gedaan, hoe is dat gegaan?
  • Zijn de doelen bereikt?
  • Waren er sociale doelen? Peil ze en bepaal hoe je ze verder ontwikkelt.
  • Enz...

Sociale doelen kan je in bijvoorbeeld de verschillende werkvormen plaats geven. Door dat systematisch te doen kan je je leerlingen op die manier vormen. Sociagrammen kan je naderhand maken. Je kan op het eind om feedback te vragen bij de leerlingen -> peil naar het leerproces. Stuur op samenwerking.

Bij het vormen van groepjes kan je aangeven dat de leerlingen hun voorkeur kunnen uiten, maar dat jij het eindbesluit maakt. Frank (een nieuwe leerling) geeft aan dat leerlingen zelfs naar de coördinator lopen om te klagen over groepen :D Stel jij echter als doel "Ik wil dat leerlingen samen kunnen werken in een groep naar mijn keuze", dan is d'r geen punt :) Dan is dat het leerdoel en de verantwoording.


Evaluatie

 * Doelen		Heet product evaluatie
 * Onderwijs		\
 * Beginsituatie	|---> Proces evaluatie
 * Evaluatie		/

Jij bent baas over het model. Het model is NIET de baas van jou.

Kijk bij het toetsen ook bij je parallel klassen. Zoek naar verschillen en kijk een beetje bij elkaar af ;)


Opdrachten

Drie doelstelingen voor jou onderwijs aan leerlingen

Schrijf drie doelen die je wilt dat je leerlingen behalen. Heel breed genomen.

  • Leerlingen zelfstandig laten werken (cognitief EN affectief ivm de vereiste houding)
  • Boodschap van verdraagzaamheid (sociaal)
  • Het vak wiskunde leren waarderen. Niet zomaar een verplicht vak. (affectief)


Kreeg ook:

  • Met plezier naar school gaan
  • Goed kunnen rekenen
  • Goed verbaal kunnen communiceren


Tweede oefening

Bladzijde 213 uit het boek.

ACTIE: Doe zelf.


Observatie les Duits

Was bedoeld als demo video voor de basisvorming (die we nu dus niet meer kennen).


Verloop:

  • Volledig in het duits
  • Kort welkom
  • Beginnen met een duitse tekst "Au-pair boy"
  • Bespreking van de tekst, docent leid met vragen over de stof
    • Waar gaat het over? -> inhoud
    • Wat betekenen sommige termen uit de tekst? -> betekenis
    • Grijpt in bij uitspraakfouten
    • Geeft bij gevraagde termen ook andere termen -> synoniemen
    • Vraagt veel verschillende mensen
    • Vragen rondje.
  • Schakelt naar het Nederlands
  • Teksten voorlezen in koppels
    • Let heel goed op je uitspraak
    • Werk in paren van twee
    • De één leest voor, de andere luistert en zoekt naar de -fouten- die in de tekst staan
    • Geeft na het beginnen nog wat extra instructies, randvoorwaarden
    • Geeft tijdens het lezen nog wat aanwijzingen
    • Roept tijdens het lezen de hele klas naar de aandacht. Geeft nogmaals de duidelijke instructies. "Seit ihr alle blöd?" Zelfs met stemverheffing.
    • Zegt bij interruptie dat -zij- aan het woord is -> houd orde.
    • Loopt tijdens het lezen door de klas om individuele koppels te helpen
    • Is iedereen klaar? Nee, door.
    • Geeft op het einde een kleine twist: geef ook het goede antwoord. In je eigen taal, zonder hulp van de originele tekst.
    • In groepsvorm de gevonden fouten bespreken. Wat was er incorrect? Wat was wel waar?
    • Accepteert bij het bespreken ook verbeterde antwoorden van andere leerlingen.
  • Uitsrpaak oefeningen
    • Klassikaal tekst voorlezen
    • Geeft na elke leerling feedback
    • Geeft bij veel voorkomende fouten meteen feedback
  • Groepswerk
    • We gaan in groepjes van drie
    • Groot vel papier + stift
    • Voor- en nadelen van het au-pair zijn opschrijven -> begrjpend lezen
    • Naderhand alle drie doen een korte presentatie
    • Tafeltjes gaan gedraaid worden. Leerlingen gaan mopperen dat ze niet bij elkaar willen. Gedraai en geshuffle zorgt voor onrust. Leerlingen gaan praten (natuurlijk)
    • Woordenboek mag op tafel
    • Leraar loopt weer door de klas voor vragen. Ook als zij bij een groep staat hoort ze opmerkingen van andere groepen.
    • Geeft tijdens het uitvoeren van de opdracht ook weer groeps feedback en instructies
    • Leerlingen plakken hun vellen op het bord
    • Groepjes spreken niet voor de klas, maar vanuit hun tafel. Leraar stelt ze vragen aan de hand van hun vel. De rest van de klas luistert mee, maar doet geen echte interactie
  • Vraag aan de hele klas
    • Aan de hand van de tekst

< De band wordt gestopt >

Wat denk je dat voor leerdoelen dat de lerares had?

BRAINSTORM:

  • Doel -> Begrijpend lezen -> tekst begrip, klassikaal -> vakgebonden doel
  • Doel -> Uitspraak, herhalend na vorige lessen -> vakgebonden
  • Doel -> Spreekvaardigheid -> oefenen en herhaling, vraag en antwoord -> cognitief + vakgeb
  • Doel -> Schrijfvaardigheid, want in eigen woorden -> vakgebonden
  • Doel -> Woordenkennis -> eigen zinnen formuleren -> cognitief + vakgeb.
  • Doel -> Beargumenteren van voor- en nadelen -> cognitief
  • Werkvorm -> Samenwerking als groepje van twee of drie
  • Organisatie -> klass -> indiv -> klass -> indiv -> klass
  • Was het samenwerken een specifiek doel, dan had men daar nog over na kunnen bespreken.

"Reproductie" is het eerste cognitieve niveau. "Leg uit", "Pas toe" is een hoger niveau. De leerling moet het echt snappen. "Beargumenteren" is een -nog- hoger niveau.

Het hoofdstuk uit Geerlings over cognitieve processen is belangrijk voor het doceren van wiskunde.

Personal tools