KOLL1:Week2-2

From Kilalapedia

Jump to: navigation, search

Contents

Presentie lijst

  • Alard is nieuw.
  • Nico heeft aangegeven te stoppen met dit vak
  • Erica is ook nieuw.


Agenda

Thema 1

  • Jeugdland - Lea Dasberg
  • Wie is die puber


Thema 2

  • Wat is leren?
  • Het nut van leertheorie


Thema 1

Lea Dasberg

"Grootbrengen door kleinhouden" - 1975


Hoe ziet de adolescentie er tegenwoordig uit? Welke invloeden spelen er op in?


Definitie: Jeugdland. Voor de Verlichting werden kinderen gezien als "volwasennen op zakformaat". Zij waren kleine volwassenen. De pubertijd bestond gewoon niet. Tegenwoordig realiseren wij ons dat kinderen ook beperken hebben en horen te hebben.


Voorbeeld: vroeger gingen kinderen mee naar publieke verhangingen, nu niet meer. Maar aan de andere kant merkt Olaf op dat we kinderen wel via de TV en computer games met brute dingen confronteren.


We hebben als maatschappij besloten dat kinderen de tijd moeten krijgen voor hun eigen ontwikkeling. Ze moeten hun eigen keuzes kunnen maken. Dat evolueerde verder: hoefden niet -> mochten niet -> konden niet -> wilden niet.


Lea Dasberg had kritiek hier op: we beschermen onze kinderen nu zo erg dat we ze weer mogelijkheden ontnemen. Ze hebben veel minder zicht op het volwassen leven. Ze verworden tot egocentrische mensen.


Wie is die puber?

Vorige week hebben we mind maps gemaakt. We hadden dus al veel ideeën. Nu een journaal fragment met Fons van Wieringen.


In het fragment geeft Fons het advies om mensen die minder dan een 6 hebben voor [bepaalde vakken] geen einddiploma te geven. Fons zegt "pubers moeten ook maar eens gaan hard werken en niet zo bezig zijn met hun bijbaantjes."


Hij was blijkbaar van mening dat leerlingen veel meer bezig zijn met andere dingen, dan met school. Hans bevestigt dat zijn kinderen inderdaad allemaal een bijbaan hebben. Arjan vindt dit niet meer dan logisch. "Je moet toch ook geld hebben om andere dingen te doen?". Thomas merkt op dat lang niet alle kinderen zo denken.


IDEE: Misschien is dit een ontwikkeling sinds toen ik kind was? Toen vonden veel kinderen het normaal dat zij geld vangen van hun ouders.


De vraag of de school er onder lijdt wordt beantwoord dat dit best mee valt. Badegül merkt op dat leerlingen bij hun baan ook wat leren. Lisette zegt dat dat zich alleen niet uit in cijfers.


Beeld van pubers

Het beeld is veelal negatief. Dit wordt gevormd door de media, de literatuur en de soeciale wetenschappen. Zo onstaat een hele negatieve "jeugdideologie".


Lisette brengt het "Sturm und Drang" beeld ter sprake. Zie daarvoor de samenvatting van het boek. Veel van deze beelden komen echter weer door de media, enz.


Matthijs vraagt of Lisette daarom expres het "Generatie Einstein" boek heeft gekozen. Dat boek lijkt weer enorm positief (eigenlijk overdreven!) te zijn over de nieuwe jeugd.


Gedragsbepalende factoren

De volgende factoren spelen mee in de vorming van het gedrag van de leerlingen.

  • Biologisch
  • Scoiaal
  • HIstorisch
  • Individuele levensgeschiedenis


Kenmerken van de jeugd

  • Veel contacten met heleboel verschillende mensen
  • Alles gaat snel
  • Veel moderne communicatie middelen
  • Veel eigen onderzoek


Thema 2

"Het eigenlijke leren"

Lisette deelt een fragment uit. Lees dit en bespreek in de groep wat de student bedoelt met "het eigenlijke leren". Zijn jullie het eens met zijn formulering?


Het eigenlijke leren

  • Uit je hoofd leren wat er in het boek staat
  • Het leren toepassen van de stof
  • Doen wat er staat


Wij zijn van mening dat:

  • Door het organiseren en het plannen leer je al een heleboel
  • Je leert op deze manier herkennen wat je wel en niet kan.
  • Omdat je zelf bij je leerproces bent betrokken blijven dingen beter plakken


Thomas: Je brengt structuur aan in de stof voor jezelf door eerst te organiseren. Je kijkt in vogelvlucht wat je gaat leren en wat je kan wegstrepen.


Meningen uit de klas

Het eigenlijke leren

  • De stof tot zich nemen
  • Reproduceren
  • ...


Hij ziet al het andere werk als "overhead" en niet als het leren.


Zij we het eens?

  • Ja, leren is stampen
  • Ja, alle overhead kan verwarrend zijn
  • Nee, leren is organiseren, wegstrepen en stampen
  • Nee, het organiseren is op zich ook een leerdoel
  • Nee, er hoort ook een link te zijn naar een toepassing
  • Nee, je moet ook leren leren
  • Nee, want je moet ook inzicht kweken in de grote lijnen


Leerstijlen

Iedereen heeft een eigen beeld van het leren. Jan Vermunt herkent een stuk of vijf verschillende categoriën. Je kan er best een aantal combineren.

  1. Opname. Kant en klare informatie, memoriseren.
  2. Constructie. Op actieve wijze verwerven van inzicht. Je bouwt je eigen inzicht op.
  3. Toepassing. Gericht op de gebruikswaarde van kennis. Vertaal theorie heel snel naar je beroepspraktijk.
  4. Stimulering. Om te leren moet je door anderen worden geprikkeld. Geen autodidacten.
  5. Samenwerking. Leren is samenwerken met anderen.


Ik herken dat ik zelf een constructivist ben.


Matthijs vindt de indeling erg vreemd. De eerste drie gaan over "hoe" je leert. De laatste twee gaan over "waarom" je leert. Lisette legt uit dat deze deling er echt is. Er zijn genoeg mensen die niet willen of kunnen leren zonder anderen. Intrinsieke motivatie, versus extrinsieke motivatie.

Oefening: 5 cases

Lisette deelt weer wat uit. Een handout met vier cases. Kies bij elke casus één van de eerder genoemde leerstijlen.


Ik denk:

 1. Constructivist. Hij leert door ervaring. 
 2. Opname. 
 3. Constructivist. Opgebouwd door leerervaring.
 4. Stimulering.
 5. Constructivist.


De groep denkt:

 1. Samenwerking, Samenwerking, Toepassing, De eerste vier zinnen stimulerend.
 2. Opname.
 3 Constructivisme. Toepassing, want ze heeft het door schade en schande geleerd.
 4. Stimulering,  beetje Constructivisme
 5. Constructivisme


De klas denkt:

 1. Samenwerking. Stimulering. Toepassing. Constructie.


Lisette vraagt "Heeft hij een idee wat hij aan het doen is?"... Nee. "Verwerkt hij kennis die hij al heeft?" Nee. Eigenlijk gaat het niet om een opvatting over leren. Er is wel een essentie van samenwerken en stimuleren.


 2. Opname.


Die was vrij duidelijk :)


 3. Constructie. Toepassen.


Constructie, want opgebouwd door jaren het werk te doen. Ze heeft zelf het inzicht verworven. Ze heeft ook dingen geprobeerd.


 4. Stimulering


Duidelijk is de hond geconditioneerd om te reageren.


 5. Constructivisme


Want zelf uitgedaagd, kritisch denken, mee denken, ontdekken. Voor Lisette de ideale student.


Leren

Kenmerken:

  • Altijd te maken met een bepaalde leerinhoud
  • vindt plaats in een leeromgeving of specifieke situatie.
  • Betrekking op onzichtbare processen. Je kan wel zien wat de leerling reproduceert, maar je kan niet in zijn hoofd kijken. Je moet dus vast stellen hoe je het leerproces kan toetsen.
  • Zelf actief zijn. Het gebeurt in jou hoofd.
  • Resultaat moet blijvend zijn. Je hebt pas iets geleerd als er een je echt veranderd bent.


Olaf merkt op dat veel dingen die wij leren ook weer verdwijnen. "Pruning" in de hersenen. Volgens Lisette is dat afhankelijk van jou kijk op het leren. Ben je een memorist, dan vindt je kennis verloren als je het niet meer kan herinneren. Ben je een constructivist, dan weet je dat jou doen en laten vandaag de dag is gevormd door de kennis uit het verleden.


Olaf gaat daar tegenin met goed schaken. Je kan heel goed leren schaken, maar dat vergeet je na een paar jaar niet schaken. Ze gaan verloren als je er niet mee oefent. Lisette brengt er tegenin dat, als je het dan opnieuw gaat leren, dat je het dan veel sneller leert. Er blijft blijkbaar toch een onuitwisbare impressie hangen.


De leerstof en de lesmethode moeten er dus ook op toegespitst zijn dat stof echt wordt opgenomen (beklijven). Het moet niet om stampen gaan.


Hans vraagt hoe het zit met de niet zichtbare processen. Hij vindt het vreemd dat je de resultaten alleen kan zien. Lisette legt uit dat je iemand iets kan leren, maar dat je niet kan zien waar het goed/fout gaat. Je kan niet in iemands hoofd kijken. Je kan wel gedrag en resultaten meten, maar je kan niet zien hoe de verbanden in het hoofd worden gelegd.


Waarom leertheorie?

Waarom is de theorie over het leren nodig? Is vakdidactiek niet voldoende?

  • Nee, een leerling kan "blind spots" hebben.
  • Je moet ook buiten de gebaande paden kunnen treden.
  • Alard: Als alles goed gaat, waarom zou je het dan veranderen? Als de hele klas goed mee komt, waarom zou je dan iets moeten aanpassen.


Veel docenten vinden leertheorie te ver van hun bed. Natuurlijk gaan ze mee met het "blind sport" verhaal, maar voor de rest doe je gewoon je ding.


De leertheorie is een kennisbasis om je onderwijspraktijk vorm te geven.

  • Leuker
  • Uitdagender
  • Efficiënter
  • Maar helaas ook heel erg complex


Leertheoriën komen er in verschillende categoriën en genres. Een docent kan je herkennen aan zijn stijl, net als bijvoorbeeld een muzikant.


Verhouding tot praktijk:

  • Leertheorie, behaviorisme, cognitivisme, constructivisme
  • Instructietheorie, didactische modellen, ontwerptheorie
  • Didactiek, algemeen, vak
  • Handelen in onderwijspraktijk


Alle vier de gebieden hebben invloed op elkaar. De leertheorie maakt jou flexibel in de les. Je hebt ook beter inzicht in hoe andere scholen werken: je kan inzien waarom zij een bepaalde aanpak gebruiken.


Olaf vraagt zich af of we onder het motto van HNL niet allemaal over gaan op het constructivisme. Nee, zegt Lisette. Aan de ene kant hebben we allemaal het cognitivisme nodig. Daarnaast zijn al die stromingen niet eens keiharde tegengestelden. We doen wel alsof dat zo is, maar eigenlijk pikken we de beste punten van alle stromingen mee.


Ook op het Internet en in de literatuur vindt je deze keiharde tegenstellingen. Terwijl zelfs de mensen binnen de zelfde stroming het niet eens altijd eens kunnen worden. Veel van deze ruzies ontstaan zelfs vanwege het feit dat veel mensen de oorspronkelijke werken niet eens meer lezen. Zij werken alleen met hear-say, waardoor ze de echte meningen niet eens meer weten.


Het nieuwe leren

Het boek "New learning", R.J. Simons, T. Duffy en J. van der Linden.


Het boek is echter niet door hen geschreven! Zij zijn de editors van het boek dat bestaat uit hoofdstukken vol met verzamelde meningen van wetenschappers. Deze drie lui zijn dus helemaal niet de grondleggers van het Nieuwe Leren! Zij hebben het boek alleen maar samengesteld!

Op Internet zijn er veel mensen die sterke meningen uiten over het Nieuwe Leren. En veel van die lui hebben de echte, achterliggende stof niet eens gelezen. Ophet internet en in publicaties gebeuren dit soort attributies helaas heel erg vaak.


Huiswerk

Maak de opdracht die op Sharepoint staat.


Zet het startdocument op het Sharepoint.

Personal tools